Wat is de STOP-hiërarchie?
De STOP-hiërarchie is een prioriteringsprincipe voor veiligheidsmaatregelen. De meest effectieve maatregel staat bovenaan; de minst effectieve (maar vaakst toegepaste) onderaan. De regel: altijd beginnen met de hoogste maatregel die haalbaar is.
S — Substitutie
Vervang de gevaarlijke stof, methode of machine door iets minder gevaarlijks. Voorbeeld: gebruik watergedragen verf in plaats van oplosmiddelhoudende verf. Dit elimineert het gevaar volledig — de meest effectieve aanpak.
T — Technische maatregelen
Pas de technische omgeving aan om het gevaar te reduceren. Voorbeeld: afscherming op een rondzaag, automatische ventilatie, noodstopknop. Het gevaar blijft bestaan, maar de blootstelling wordt beperkt door de installatie zelf.
O — Organisatorische maatregelen
Pas de werkwijze of planning aan. Voorbeeld: roulatieschema om blootstelling te beperken, veiligheidsInstructies, werkvergunningen, toolbox meeting. Vereist disciplinaire handhaving — werkt alleen als mensen het opvolgen.
P — Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM)
Bescherm de individuele werknemer met PBM's: helm, gehoorbescherming, veiligheidsbril, handschoenen, veiligheidsschoenen, ademhalingsbescherming. Dit is de laatste keuze — PBM's elimineren het gevaar niet, ze beschermen alleen de drager.
Waarom zijn PBM's de laagste maatregel?
PBM's werken alleen als de werknemer ze correct draagt. Als hij ze vergeet, afdoet of verkeerd gebruikt, is er geen bescherming. Bovendien beschermen ze anderen niet. Technische maatregelen werken altijd, ook als niemand eraan denkt.
Examentips STOP-hiërarchie
Typische examenvragen:
- "Welke maatregel heeft de voorkeur bij gevaarlijk stof X?" → Substitutie, als dat mogelijk is
- "PBM's zijn de meest effectieve maatregel — juist of onjuist?" → Onjuist, het is de minst effectieve
- "In welke volgorde pas je STOP toe?" → Altijd van S naar P, niet andersom