Wat is CPR?

CPR staat voor CardioPublmonale Resuscitatie: kunstmatige circulatie en beademing bij een stilstaand hart. Het doel is de hersenen van zuurstof te voorzien totdat een defibrillator (AED) beschikbaar is en/of het hart weer gaat kloppen.

Het 30:2 protocol stap voor stap

1. Controleer veiligheid — gevaar voor jezelf of slachtoffer?
2. Controleer bewustzijn — spreek aan, schud voorzichtig aan de schouder.
3. Roep om hulp — bel of laat iemand 112 bellen.
4. Open de luchtweg — hoofd achterover kantelen, kin omhoog.
5. Controleer ademhaling — maximaal 10 seconden.
6. Start 30 borstcompressies — daarna 2 beademingen.
7. Herhaal de cyclus van 30:2 ononderbroken.

Borstcompressies — techniek

Handen geplaatst op het midden van de borstkas (onderste helft borstbeen). Compressie-diepte: 5–6 cm. Frequentie: 100–120 per minuut. Laat de borstkas volledig terugkomen tussen compressies. Schakel elke 2 minuten af als er meerdere hulpverleners zijn.

Beademing — techniek

Hoofd achterover, kin omhoog. Sluit de neus af met duim en wijsvinger. Adem rustig in en blaas in ca. 1 seconde in de mond. De borstkas moet zichtbaar omhoog komen. Geef 2 beademingen, dan direct weer 30 compressies.

AED inschakelen

Zodra een AED beschikbaar is: inschakelen en de instructies opvolgen. Stop CPR alleen als de AED dat aangeeft voor de analyse. Na de schok: direct verder met CPR (30:2), ook als het hart al gestart lijkt. Ga door totdat ambulancepersoneel overneemt.

Wanneer stoppen?

Stop alleen als: ambulance overneemt, slachtoffer weer normaal ademt, of je fysiek uitgeput bent zonder aflossing. Op het examen: nooit stoppen op eigen initiatief zolang er ademhalingscontrole uitwijst dat er geen normale ademhaling is.

Kinderen en baby's

Kinderen (1–8 jaar): 30:2 met 1 hand of 2 vingers. Diepte: 1/3 van borstdiameter. Baby's (0–1 jaar): 2 vingers op borstbeen, 15:2 protocol (bij 2 hulpverleners).