Voorrang is een van de meest getoetste onderwerpen op het CBR theorie-examen. Bijna elk examen bevat meerdere vragen over rotondes, kruispunten en de basisregel "rechts gaat voor".
De basisregel: rechts gaat voor
Op kruispunten zonder bord of markering geldt de regel: verkeer van rechts heeft voorrang. Dit geldt voor al het gelijkwaardige verkeer — auto's, fietsers en motorfietsen. Fietsers op een fietspad langs de weg die oversteken behouden ook hun voorrang als er een haaientandmarkering aanwezig is.
Voorrang op rotondes
In Nederland geldt op de meeste rotondes: verkeer op de rotonde heeft voorrang. Herken dit aan de haaientanden bij de invoegstrook. Maar let op: als er een bord B15 staat (voorrang verlenen aan verkeer van rechts), is de rotonde anders geregeld.
Borden die voorrang regelen
- B1 – Voorrang verlenen: driehoekig bord met rode rand. Je moet voorrang verlenen aan al het overige verkeer.
- B2 – Stop: achthoekig rood bord. Je moet volledig stoppen vóór de stopstreep.
- B3 – Voorrangsweg: geel ruit-bord. Je rijdt op een voorrangsweg en hebt voorrang op kruispunten.
- B4 – Einde voorrangsweg: bord met schuine streep door de ruit. De voorrangsweg eindigt hier.
Trams en nooddiensten
Trams hebben altijd voorrang op overig wegverkeer, tenzij ze door rood rijden. Nooddiensten met sirene en zwaailicht hebben altijd voorrang — wijk zo veilig mogelijk uit naar de rechterkant.
Oefenvragen over voorrang
Het CBR stelt situatiegerichte vragen over voorrang. Oefen met situaties op rotondes, T-splitsingen en kruispunten met meerdere verkeersdeelnemers om foutloos te scoren.