Kernregels: wat moet je weten?
- Rechts gaat voor links — tenzij een bord of markering anders aangeeft.
- Op een voorrangsweg (gele ruit) heb je altijd voorrang op bestuurders die de voorrangsweg oprijden.
- Trams hebben altijd voorrang, ook op een voorrangsweg.
- Bestuurders op een rotonde hebben voorrang op bestuurders die de rotonde oprijden (tenzij borden anders aangeven).
- Fietsers en voetgangers op een fietspad of zebrapad hebben voorrang als jij afsloeg of een uitrit verlaat.
- Bij gelijkwaardig kruispunt zonder borden: rechts voor links. Een brom- of snorfiets op de rijbaan telt ook mee.
Veelgemaakte fouten op het examen
Dit zijn de fouten die kandidaten het vaakst maken bij voorrangsregels op het CBR theorie-examen:
- Vergeten dat trams altijd voorrang hebben, ongeacht de situatie.
- Aannemen dat je altijd voorrang hebt op een rotonde — controleer altijd de borden.
- Fietsers missen die van rechts komen via een vrijliggend fietspad.
- Verwarren van een gelijkwaardig kruispunt met een kruispunt waar een voorrangsbord staat.
Hoeveel vragen gaan hierover?
Op een standaard CBR theorie-examen (65 vragen totaal) zijn gemiddeld 15 vragen gerelateerd aan voorrangsregels. Om te slagen heb je minimaal 53 van de 65 vragen goed nodig — dit onderwerp kan dus het verschil maken.
Oefen alle 15+ voorrangsregels vragen
Met Examen Fixer oefen je alle CBR theorie-onderwerpen in één oefenexamen van 50 vragen. Direct toegang, geen registratie vereist.
Kies je toegangspas →Andere onderwerpen oefenen
Het CBR theorie-examen dekt meerdere onderwerpen. Oefen ook de andere categorieën om goed voorbereid te zijn: