Wat je moet weten
- Een passagier mag alleen worden meegenomen als de motor daarvoor is uitgerust: een passagierszadel, voetsteunen voor de passagier en eventueel een beugel.
- De passagier is verplicht een goedgekeurde helm te dragen — de bestuurder is hiervoor verantwoordelijk.
- Met een passagier verandert het gewichtspunt van de motor — remwegen worden langer en bochten vragen meer aandacht.
- Een passagier moet rustig blijven zitten — meebewegen in bochten is toegestaan, maar abrupte bewegingen zijn gevaarlijk.
- Met een passagier rijden verhoogt de instaptijd — stap altijd eerst op, zet de motor stabiel neer vóórdat de passagier opstapt.
- De maximumsnelheid verandert niet wanneer je een passagier meeneemt — maar je remweg wel.
Veelgemaakte fouten
- Aannemen dat elke motor geschikt is voor een passagier — controleer altijd of de motor een passagierszadel en voetsteunen heeft.
- Niet weten dat de bestuurder verantwoordelijk is voor de helm van de passagier.
- Vergeten dat het rijgedrag (remmen, sturen) moet worden aangepast bij een bijrijder.
- De passagier laten instappen voordat de motor stabiel staat.