Tip 1: Ken het CPR-protocol uit je hoofd
Reanimatie is het zwaarst gewogen onderdeel. Onthoud: 30 borstcompressies + 2 beademingen, tempo 100–120 per minuut, diepte 5–6 cm. Druk hard en snel — de meeste mensen drukken te zacht.
Tip 2: AED-stappen in volgorde
1. Schakel in → 2. Bevestig plakkers (rechts borst + links zij) → 3. Analyseer ritme → 4. Schok geven als aangegeven (iedereen weg!) → 5. Direct verder met CPR. AED doet het denken; jij doet het werk.
Tip 3: Brandklassen koppelen aan blusmiddelen
Klasse A (vaste stoffen) → water. Klasse B (vloeistoffen) → schuim/poeder. Klasse C (gassen) → poeder. Klasse D (metalen) → zand. Klasse F (keukenolie) → speciale F-blusser. Nooit water op klasse C, D of elektrische brand.
Tip 4: Stabiele zijligging — wanneer?
Alleen bij bewusteloze personen die zelfstandig ademen. Niet bij iemand die niet ademt — dan direct CPR starten. De zijligging voorkomt verstikking door braken.
Tip 5: Triage — ABCDE methode
Bij meerdere slachtoffers: prioriteer op basis van ABCDE — Airway (luchtweg), Breathing (ademhaling), Circulation (circulatie), Disability (bewustzijn), Exposure (uitwendige letsels). Begin bij de meest levensbedreigende situatie.
Tip 6: Doe de praktijk écht serieus
De praktijktoets telt mee voor je BHV certificaat. Oefen CPR op een mannequin totdat je het bewegingspatroon automatisch doet. Examinatoren letten op techniek, niet alleen op enthousiasme.
Slagingseis
BHV theorie: minimaal 70% goed (35 van de 50 vragen). Combineer theorie-oefening met praktijkoefening voor het beste resultaat.