Wegmarkeringen geven net zoveel informatie als borden. Ken elke markering en wat die voor jou als bestuurder betekent.
Dwarsmarkeringen
- Stopstreep: witte ononderbroken lijn dwars op de rijbaan. Je stopt hierachter bij rood licht of bord B2.
- Haaientanden: driehoeken die naar jou wijzen. Je moet voorrang verlenen aan kruisend verkeer.
- Zebramarkering: brede witte strepen over de rijbaan. Voetgangers hebben hier voorrang.
Lengtemarkering
- Onderbroken streep: middenstreep. Mag worden overschreden voor inhalen, mits veilig.
- Doorgetrokken streep: mag nooit worden overschreden (inhaalverbod).
- Dubbele streep (een doorgetrokken + een onderbroken): je mag de lijn niet overschreden aan de kant van de doorgetrokken streep.
- Kantstreep: de grens van de rijbaan. Niet overschrijden tenzij noodzakelijk.
Bijzondere markeringen
- Gele streep op trottoir of rijbaan: parkeerverbod (bord E1-zone).
- Blokmarkering: geel blokpatroon op rijbaan — verboden stil te staan zodat het verkeer niet geblokkeerd wordt.
- Rijstrookpijlen: geven aan welke richting je vanuit welke rijstrook kunt gaan.